woensdag 24 juni 2009

Emotional design

De Griekse filosoof Diogenes waarschuwde al twee millennia geleden dat spullen afhankelijk en lui maken. Josephine Green een trends and strategy director bij Philips Design, zegt dat we op de drempel van een nieuw tijdperk staan. De benadering naar producten wordt intensiever, en minder passief.

De nieuwe generatie is opgeroeid met ‘web 2.0'. Bloggen, podcasting en flickr. Het zijn termen die wij alemaal kennen. De gebruikers zijn duidelijk intersiever bezig met het product en beleven zo een grote belevenis van het product.

De intensiviteit en het involved zijn met producten is een oud fenomeem. In de jaren tachtig maakte de Dj de beat al lang door twee dezelfde platen te gebruiken.



Vroeger maakten mensen eigen mixtapes met cassette bandjes. Al deze handelingen vergen “involvement” van de gebruiker. Feitelijk kanje hooguit zeggen dat de hoeveelheid en verscheidenheid van de technologie enorm is toegenomen. Een kenmerk van technologie is dat het bruikbaar moet zijn maar ook dat het mooi zijn. Onder het motto het oog wilt ook wat.

Donald Norman vindt dat veel te makkelijk gezegd: ‘Usable designs are not necessarily enjoyable to use’
Een produkt waar over zowel vormgeving als gebruiksvriendelijkheid is nagedacht bieden lang niet een prettige gebruikservaring.
Een goed ontwerp zorgt dat er een emotionele wisselwerking is met de bruiker vanaf het eerste moment dat je het product ziet. In ‘emotional design’ ontwerp je dus niet voor het zicht maar voor emotie:
Toch zijn ontwerpers onmisbaar daar zij ‘de tijd, ruimte en context creëren waarin de interactie tussen produkt en gebruiker plaats vindt.
Een beleving kan dus gecreëerd worden door alles te ontwerpen dat het moment van interactie omsluit. Wat we ons nu af vragen: hoe kunnen ontwerpers de invulling van dat moment vormgeven; de aanleiding voor de emotionele verstandhouding tussen produkt en gebruiker Op deze vragen te beantwoorden heeft Donald Norman een paar regels opgesteld






1. Attitude and behavior (houding en gedrag)

Wanneer we in aanraking komen met een entiteit (bijv. situatie, persoon, voorwerp, gebeurtenis, produkt of merk) zijn we in staat een positieve, neutrale of negatieve houding aan te nemen ten opzichte ervan. Op basis van persoonlijke achtergrond het gedrag van een individu voorspellen bij de interactie met een entiteit.

2. Produkt analyse

Donald Norman vertaalt in zijn boek ‘Emotional Design’ de drie bovengenoemde lagen van het ABC-model naar een toepasbaar model voor de manier waarop wij produkten analyseren: ‘Visceral, Behavioral and Reflective level’, aantrekkelijkheid, gebruiksgedrag, en imago voor gebruiker/eigenaar. Omdat een produkt de drie lagen afzonderlijk kan aanspreken kunnen we drie designprincipes van elkaar onderscheiden.

Visceral design (intuïtief niveau)Concentreert zich op die vertrouwde eerste indruk en verschijning bij de gebruiker. Visuele voldoening krijgt hier prioriteit.
Behavioral design (gebruikersniveau)Concentreert zich op het gedrag en gevoel van het produkt bij gebruik. Usability, look and feel zijn hier sleutelwoorden voor succes.
Reflective design (beschouwelijk niveau)Streeft naar een positieve gebruikersbeleving op de lange termijn. Maakt aanspraak op het imago van de gebruiker/eigenaar door een verhaal te vertellen over zijn smaak, status of identiteit.



3. Afwegen van design principes

Een goed ontwerp heeft van alles wat. Afhankelijk van het moment van interactie en de mind-set van de gebruiker moet een zorgvuldige afweging gemaakt worden tussen de drie principes. Zo is bijvoorbeeld de emotionele gesteldheid van de gebruiker erg bepalend voor het probleem oplossend vermogen. Iemand die onstpannen en blij is creatief in het bedenken van alternatieven, terwijl iemand onder een situatie van stress alleen maar oog heeft voor efficiëntie.
Wanneer we dus informatie hebben over de persoonlijke achtergrond en de emotionele gesteldheid op het moment van interactie, kunnen we in het ontwerpproces dus bepalen hoe we de drie principes moeten uitlijnen om de gewenste beleving voor de gebruiker te creëren.

Eigen visie

Een goed product moet een mooi design hebben maar boven alles moet het gebruiksvriendelijk zijn. Maar ik denk dat in de toekomst het steeds moeilijker wordt om een emotioneel design te creeeren.
Een van de grooste problemen in het leven van een moderne Westerse consument is de eindeloze productdifferentiatie om zo veel mogelijk verschillende gebruikers tegemoet te komen, maar waardoor de consument verward raakt. De prodcten krijgen steeds meer features waar de meerderheid van de gebruikers niet op zit te wachten. Dit leidt er tot toe dat de meerderheid de features nooit zal aanraken, terwijl het product uiteindelijk alleen maar duurder is geworden en lastiger in gebruik. Dit mechanisme staat innovatie in de weg: een producent kan zijn ontwikkelkosten immers maar één keer uitgeven
Paul Hekkert, hoogleraar Vormtheorie aan de Faculteit Industrieel Ontwerpen, vindt dat we, door ons te veel te richten op culturele verschillen , onze universele menselijke gedragspatronen uit het oog verliezen.

Een simple product met duidelijk functie hebben een groot succes.























Kijk maar naar de Tomtom. De TomTom navigator leidt je eenvoudig van A naar B. Producten die het niet moeilijk maken om te kiezen
Een nieuwe ontwikkeling die Donald Norman aanhaalt is The automation of everyday life . Hiermee doelt hij op de vloedgolf van intelligente apparaten die ons leven binnenspoelt en overneemt.

De meeste van die apparaten doen hun werk onopvallend:
camera's die denken te weten wat en hoe je wilt fotograferen. Automatische witbalans, portret fotografie enz. De wasmachines die pas gaan centrifugeren als de was (het waswater) schoon is, en magnetrons die een belletje geven wanneer de groente gaar is.
Het word nog mooier wanneer een apparaat zich kan voortbewegen en het zich sociaal kan gedragen, zoals het robothondje Aibo van Sony.

























Of functioneler: de stofzuigerrobot. Deze trend vinden wij ook terug in onze veiligheid. voorbeelden uit de luchtvaart zijn klassiekers voor ergonomen. Omdat soms de automatische piloot anders reageert op gevaarlijke situaties dan de menselijk piloot. Bijvoorbeeld bij onbalans het systeem te gortig wordt, duikt het vliegtuig naar beneden. Een menselijke piloot had het scheeftrekken al lang zelf gevoeld en veel eerder actie ondernomen.

Inmiddels heeft ook in auto's de automatische piloot zijn intrede gedaan: was er eerst de cruise control om de auto op constante snelheid te houden, sinds enige tijd is er adaptive cruise control ,
waarmee de auto op een zekere afstand aan de voorganger kan worden ‘vastgekleefd' – begrensd door een maximum snelheid, Het bumperrijden krijgt hierdoor een nieuwe dimensie en je krijg veel meer gevaarlijke situaties op de weg, omdat menselijke gedrag moeilijk is te voorspellen.

Ik denk dat in de toekomst deze ontwikkeling van slimme apparaten niet is tegen te houden. Kijk maar om je heen, kijk naar je eigen huishouden. Mensen worden steeds passiever en de apparaten worden steeds slimmer. De apparaten zijn zo ontworpen dat het steeds natuurlijk aanvoelt. Wanneer ook nog eens de techniek onzichtbaar wordt dan weten we niet beter en worden wij geleefd door deze slimme apparaten. In de toekomst zijn wij emotioneel afhankelijk van ons design.

Geen opmerkingen: